KLANKPOTTEN ONDERZOEK

 
 
 

Er zijn naar schatting zo’n 200 middeleeuwse kerken over heel Europa waarin klankpotten zijn aangetroffen, daarvan een stuk of 20 in Nederland.   Ongetwijfeld zijn er veel meer kerken met klankpotten (geweest), maar door restauraties zijn veel klankpotten verwijderd of eenvoudig weg dichtgesmeerd bij het aanbrengen van een nieuwe pleisterlaag.


Klankpotten werden aangebracht in kerken uit de 12e tot de 15e eeuw.  Ze bevinden zich in het gewelf of in de muren.  Bij de grotere kerken in het koor en bij kleinere kerken ook wel rondom.  Een enkele keer ook wel onder de vloer.  Soms betreft het enkele stuks maar het kunnen er ook 90 of meer zijn.  Ze zijn “solo” of in groepen van vier of vijf ingemetseld met de opening naar de kerkruimte gericht en deze opening is dan vlak met het stucwerk.  Je herkent ze dan ook als zwarte gaten.  Soms zijn ze afgedekt met een gesneden en opengewerkt plankje (b.v. in Dreischor).


Vanaf de 19e eeuw zijn er talloze onderzoeken gedaan door akoestici naar de werking van deze potten.  Daar is nooit veel uitgekomen. 


Mijn onderzoek

beperkt zich tot het vaststellen van de resonantie frequentie van elke pot afzonderlijk.   Daarna bekijk ik of de gevonden trillingsgetallen een link hebben met de middeleeuwse muziek praktijk.


De middeleeuwse toonladder bestaat uit 6 tonen: een hexachord.  Deze 6 tonen: ut, re, mi, fa, sol en la liggen een hele toonschrede uit elkaar, behalve -precies in het midden- de afstand mi-fa, die een halve toonschrede bedraagt.  Een hexachord is dus een symmetrische toonreeks met 1 - 1 - half - 1 - 1 afstand tussen de 6 tonen.

Er zijn drie verschillende hexachorden: die beginnend op de toon c = hexachordum naturale.  Op de toon f = hexachordum molle en die op de toon g = hexachordum durum.  Het overspringen van het ene naar het andere hexachord werd muteren genoemd. Muziek vanuit de re heette dorisch, vanuit de mi phrygisch, vanuit de fa lydisch en vanuit de sol mixolydisch: de vier belangrijkste kerktoonladders.


Uit mijn onderzoek is gebleken dat de eigen frequenties van de potten zich steeds bevinden in het frequentie gebied van de zingende monniken.  Als er sprake is van zingende zusters of schooljongens zijn de potten een oktaaf hoger afgestemd.  Dit is b.v. het geval in de Agnieten kapel in Gouda en in de latijnse school in Goedereede. 


Ik vond twee systemen van resonantie spectra, maar mogelijk zijn er meer. 


  1. 1.   Het systeem van de afgestemde potten.  Hierbij zijn de eigen frequenties (min of meer) afgestemd op de tonen van de middeleeuwse toonladder.  Ik vermoed dat het mee-resoneren van de potten de monniken hielp bij het op toon blijven tijdens de gregoriaanse zang.  Dit systeem vindt u in de  Martinikerk in Groningen.


  1. 2.   Het syteem waarbij de potten veel meer verfijnd zijn afgestemd over een frequentieband die in het midden ligt van voor de gregoriaanse zang gebruikt gebied.  In de Agnietenkapel in Gouda zijn b.v. de  90 potten gelijkmatig en fijn verdeeld afgestemd binnen het bereik van een muzikale kwart, tussen 362 en 585 Hz.






KLANKPOTTEN IN SKT. SEVERIN TE KEULEN (Köln) DUITSLAND


Op 29 juli 2011 werden de 4 klankpotten die het uiteinde vormen van de geschilderde en door engelen bespeelde hoorns rondom de muurschildering van de kroning van Maria in de Sankt Severin Kirche te Köln opgemeten.


De gevonden resonantie frequenties waren:

Links boven:  141 Hz                    Rechts boven : 107 Hz

Links onder:  113 Hz                     Rechts onder: 111 Hz


Ik veronderstel dat drie frequenties 107, 111 en 113 oorspronkelijk één toon zijn geweest.  Omdat vuil en puin e.d. frequentie verhogend werken is 107 Hz mogelijk de oorspronkelijke toonhoogte.  De vierde pot met 141 Hz vormt een nagenoeg zuivere kwart boven de 107  Hz.  


Ik ben er stellig van overtuigd dat de drie “lage” potten de lage A vormen, de RE uit het hexachordum durum en tevens de basistoon waarmee het middeleeuwse toonsysteem in wezen aanving.  Er bestond nog één toon lager, de GammaUT, maar deze had slechts de functie van onderwisseltoon ter bevestiging van de RE.  De RE is tevens  de basistoon  van de eerste kerktoon: de dorische.


De pot met  141 Hz, een nagenoeg zuivere kwart hoger, was dus afgestemd op de d, eveneens een RE en dorische basistoon, maar nu uit het Hexachordum naturale dat op c begint.


Deze twee “alom aanwezige tonen” zullen de zingende monniken hebben geholpen om “op toon” te blijven tijdens het zingen van de eenstemmige Gregoriaanse gezangen in Skt Severin.


Vermeld moet ook nog worden dat deze middeleeuwse “Basis A” in toonhoogte nauwelijks afwijkt van de moderne A, die op 110 Hz is vastgesteld.


Hier een afbeelding van de schildering met de vier klankpotten als uiteinden van de hoorns.




























De vier  FFT-diagrammen kunt u hier downloaden:


KoelnLB.jpg      KoelnRB.jpg     


KoelnLO.jpg    KoelnRO.jpg 








 

Links 10 van de 90 klankpotten in de muren van de Agnietenkapel te Gouda en rechts de 32 klankpotten in groepjes van 4, hoog  in het (koor) gewelf van de Groningse Martinikerk.


De Goudse potten zijn onderling bijna gelijk, die in Groningen zeer verschillend.

KLANKPOTTEN, EEN MUZIKAAL MYSTERIE?

 

frequenties klankpottenGOUDA.xls